
WILLEMSTAD – Meer dan 35 brieven met schriftelijke vragen van de PNP wachten volgens de fractie al langer dan honderd dagen op antwoord van de regering. Sommige vragen zouden zelfs meer dan vierhonderd dagen openstaan. Daarmee worden afspraken uit 2013 over het parlementaire vragenrecht structureel niet nageleefd, stelt de oppositiepartij. De PNP richt haar kritiek niet alleen op de regering, maar ook op Statenvoorzitter Fergino Brownbill en vraagt om een speciale vergadering van de Centrale Commissie over de kwestie.
De PNP-fractie schrijft in een brief van 10 augustus dat de achterstanden het parlement belemmeren in zijn controlerende taak. Volgens de partij gaat het alleen al binnen de eigen fractie om ruim 35 brieven met vragen die honderd, tweehonderd, driehonderd en in sommige gevallen meer dan vierhonderd dagen onbeantwoord zijn gebleven.
De fractie noemt de situatie een structurele aantasting van het parlementaire vragenrecht. Zij beroept zich daarbij onder meer op artikel 57 van de Staatsregeling, waarin de informatieplicht van ministers tegenover de Staten is vastgelegd. De PNP koppelt dat aan de ministeriële verantwoordelijkheid tegenover het parlement.
Twee maanden afgesproken
De klacht krijgt extra gewicht door een protocol dat regering en Staten in 2013 sloten over de praktische uitvoering van het individuele vragenrecht.
Daarin is afgesproken dat een minister schriftelijke vragen binnen twee maanden beantwoordt. Kan dat niet, dan moet de minister de Statenvoorzitter schriftelijk laten weten waarom de termijn niet wordt gehaald. Ook is afgesproken dat iedere drie maanden een overzicht wordt gepubliceerd van gestelde vragen, ontvangen antwoorden en vragen die langer dan drie maanden openstaan.
Dat protocol werd in augustus 2013 tussen Staten en regering vastgelegd. Het bijbehorende landsbesluit machtigde de toenmalige minister-president om het protocol namens het Land te ondertekenen.
Volgens de PNP worden zowel de antwoordtermijn als de afspraken over rapportage onvoldoende nageleefd.
Ook kritiek op Brownbill
De oppositiepartij richt zich daarom nadrukkelijk tot Statenvoorzitter Fergino Brownbill. Volgens de PNP heeft de voorzitter onvoldoende zichtbaar opgetreden tegen ministers die vragen te laat of helemaal niet beantwoorden.
De fractie stelt dat het laatste voor het publiek zichtbare kwartaaloverzicht van onbeantwoorde brieven dateert uit het eerste kwartaal van 2025. Zij wil van Brownbill weten waarom daarna geen structurele overzichten meer zijn verschenen over het tweede, derde en vierde kwartaal van 2025 en de eerste twee kwartalen van 2026.
Ook vraagt de PNP welke maatregelen de Statenvoorzitter nu gaat nemen om ministers alsnog aan de afspraken te houden.
‘Constitutionele crisis’
De PNP gebruikt daarbij zware bewoordingen. De partij spreekt van een “constitutionele crisis” en stelt dat het uitblijven van antwoorden de verhouding tussen regering en parlement aantast.
Volgens de fractie gaat het probleem verder dan alleen te late correspondentie. Wanneer ministers informatie niet verstrekken, kunnen Statenleden volgens de partij moeilijk controleren of beleid wordt uitgevoerd en hoe publiek geld wordt besteed.
De PNP vraagt Brownbill daarom op korte termijn een vergadering van de Centrale Commissie bijeen te roepen, met het parlementaire vragenrecht en de opstelling van de ministers als enig agendapunt.
De kwestie raakt daarmee aan een bredere discussie die momenteel in de Staten speelt over parlementaire controle. Ook PAR-Statenlid Shaheen Elhage heeft ministers deze maand uitgebreid bevraagd over de uitvoering van de begroting 2026. Voor die controle is juist tijdige toegang tot informatie van de regering essentieel.





































